Pagina 2 van 4

vraag 18

Geplaatst: 14-05-2016 16:48
door Jeanneke Brosky
Een andere kwestie: in de vraag wordt gesteld de ontwikkeling van de afgelopen eeuwen samen te vatten. Een aantal van mijn leerlingen, en ikzelf ook, hebben die vraag zo opgevat, dat zij de situatie tot aan Weinberger hebben geschetst. Letterlijk de afgelopen eeuwen. Weinberger valt dan op te vatten als de huidige situatie/de nieuwe eeuw. Zij missen dus het laatste bolletje.

vraag 18

Geplaatst: 14-05-2016 17:05
door Yke Schotanus
Een duidelijke antwoordmodel dacht ik tot ik nakijken.
Een paar algemene zaken en een paar voorbeelden.

I bolletje 3
Ik vind alle antwoorden fout waarin gesteld wordt dat feiten (al dan niet door het internet) betrekkelijk ZIJN of ZIJN GEWORDEN fout. Het gaat er niet om dat ze ineens betrekkelijk zijn of zijn geworden, het gaat erom dat we zien (of eigenlijk: denken in te zien) dat ze dat zijn. Zie mijn antwoord hierboven. Probleem is dat het antwoordmodel deze quatsch ook goed rekent. Daarom: als 'tegenwoordig zijn feiten betrekkelijk' goed is, dan ook het antwoord hierboven, of de onzinnige bewering dat 'feiten tegenwoordig door het internet betrekkelijk zijn geworden'.
Wel echt fout wil ik rekenen:
Tegenwoordig zijn er door het internet allemaal feiten en tegenfeiten.

Goed is:
Sinds wij het internet gebruiken ontdekken wij hoe betrekkelijk wetenschappelijke feiten zijn.
Goed is ook:
Tegenwoordig zoeken wij op internet naar kennis. Hierdoor ontdekken wij hoe betrekkelijk onze kennis is.

Fout is echter:
Tegenwoordig zoeken wij op internet naar kennis/vertrouwen wij op het internet.

Even los van internet. Zeker als uit het voorgaande blijkt dat wij eerder op feiten vertrouwden, vind ik het voldoende als men bij bolletje drie zegt:
- Tegenwoordig twijfelen wij overal aan./Tegenwoordig is niets meer zeker.

Over deze invullingen van bolletje drie twijfel ik:
- Tegenwoordig is het de vraag of die feiten de weg naar kennis zijn (goed?)
- Tegenwoordig ziet men in dat onze kennis niet altijd te omvatten is. (1 punt en een formuleerfout?)
- Nu kunnen we niet meer op de kennis van wetenschappers vertrouwen. (fout, maar goed vanwege de fout in het antwoordmodel?)

Dan een paar alternatieve aanduidingen betreffende de periodisering:
Tijdperk 1: middeleeuwen (goed)
Tijdperk 2: de tijd van de Verlichting (goed), de tijd van Bacon (twijfelachtig), de tijd van de wetenschappelijke ontwikkeling (goed), tot voor kort (goed, afhankelijk van de context).
Tijd per drie: sinds de opkomst van internet/sinds we internet gebruiken (goed)

Ten slotte een paar complete antwoorden om aan te geven hoe moeilijk het is én de formulering in acht te nemen, én te kijken naar zowel tijdperk als kennisopvatting.

- Voor vierhonderd jaar geleden kwam alle kennis van God (0, of 1 en een taalfout?). Toen kwam Bacon en raakten we ervan overtuigd dat kennis bereikt wordt door het verzamelen van feiten. (1) Nu kunnen we niet meer op de kennis van wetenschappers vertrouwen. (1?)
- In de middeleeuwen waren het de priesters die alles voor ons wisten. (? en taalfout?) Ten tijde van Bacon gingen we zelf kennis vergaren, iets wat we later aan wetenschappers overlieten en blindelings vertrouwden (? en taalfout). Nu zoeken we de kennis zelf op internet. (0) [ik denk dat ik 1 punt geef en 1 taalfout aanstreep]
- In de middeleeuwen wat ware kennis door God gegeven. (1, het was natuurlijk niet zo, men dacht dat, maar het staat wel zo in de tekst) Dit veranderde naar dat (taalfout) ware kennis gebaseerd was op feiten en men kon vertrouwen op wetenschappers. (1, of 0, vanwege de onduidelijke periodisering?). Nu is er veel onduidelijkheid. Tegenover feiten staan veel tegenfeiten. (1) [ik heb nu twee punten gegeven en een taalfout aangestreept]
- Vierhonderd jaar geleden zei Francis Bacon dat ware kennis gebaseerd is op feiten.(1) Daarvoor dacht men dat God ware kennis gaf. Middeleeuwers dachten dat priesters alles wisten. (1) Wij dachten tot voor kort dat wetenschappers feitenkennis hadden. (? punt eraf, wegens suggestie van vierde periode?). Nu is niks zeker. (1) [ ik heb vooralsnog drie punten gegeven.]

Re: vraag 18

Geplaatst: 14-05-2016 17:15
door Mirjam
Jeanneke Brosky schreef:Een andere kwestie: in de vraag wordt gesteld de ontwikkeling van de afgelopen eeuwen samen te vatten. Een aantal van mijn leerlingen, en ikzelf ook, hebben die vraag zo opgevat, dat zij de situatie tot aan Weinberger hebben geschetst. Letterlijk de afgelopen eeuwen. Weinberger valt dan op te vatten als de huidige situatie/de nieuwe eeuw. Zij missen dus het laatste bolletje.
Bij mij zijn er ook leerlingen die dit doen en ik denk dat je ze dat niet kwalijk kunt nemen: de formulering van de vraag is niet duidelijk. Ik heb naast de vraag tijdens de zitting al "lekker vaag" genoteerd. Dat blijkt nu bij het nakijken helemaal te kloppen.

Geplaatst: 15-05-2016 12:45
door Tinka K.
Bolletje 3: Nu twijfelt men aan deze kennis doordat het internet feiten verfoutert.
Is alleen de twijfel benoemen genoeg?
(En stiekem wil ik extra punten geven voor het neologisme, maar het zal aftrek worden. Nog even tellen; misschien is het woord nr 41)

Geplaatst: 15-05-2016 12:48
door jhamvdo@xs4all.nl
Ik zie veel antwoorden waarbij leerlingen schrijven (bolletje 1) dat in de middeleeuwen de priesters alle kennis bezaten.

Hoe beoordelen jullie dit?

Geplaatst: 15-05-2016 12:57
door Koosje Kuijpers
jhamvdo@xs4all.nl schreef:Ik zie veel antwoorden waarbij leerlingen schrijven (bolletje 1) dat in de middeleeuwen de priesters alle kennis bezaten.

Hoe beoordelen jullie dit?
Ik zou het fout rekenen, ook al hebben ook veel van mijn leerlingen dit antwoord.

Geplaatst: 15-05-2016 13:09
door Tinka K.
In het antwoordmodel staat dat de kerk de ware kennis verschafte. Is het dan niet mogelijk om die priesters als vertegenwoordigers van die kerk te beschouwen?

Geplaatst: 15-05-2016 13:15
door Marente
Zeker in het licht van de zin 'Net zoals...konden vertrouwen.' (alinea 3) denk ik dat je priesters mag zien als vertegenwoordigers van de kerk. Sterker nog: dat antwoord is dan misschien zelfs beter.

Geplaatst: 15-05-2016 13:19
door Heijloo
Ik vind dat goed, want de tekst zet leerlingen op dit spoor (r. 46 en verder) terwijl het woord priesters hier een slechte keuze is (ik zou zeggen: geestelijken).

Geplaatst: 15-05-2016 13:19
door Heijloo
"dat": dat middeleeuwers geloofden dat priesters alle kennis bezaten.