Pagina 1 van 2

Vraag 26

Geplaatst: 13-05-2019 15:35
door Christine Brackmann
Het goede antwoord zou hier B zijn. Ik had zelf D en het merendeel van mijn leerlingen ook (41 vd 59 lln). Ik vind D het beste te verdedigen. Het volgende citaat uit r. 71-76 is hier heel duidelijk: 'De regels van onwetende buitenstaanders dwingen de ervaringsdeskundigen hun werk naar verkeerde maatstaven te beoordelen en uit te voeren, en daar bovendien veel tijd aan te besteden.' Ook in alinea 8 wordt verwezen naar regels die niet door de ervaringsdeskundigen zijn opgesteld, maar door de onkonstigen. "Waar zij de regels gaan bepalen [...] daar wordt het slecht toeven."
Deze citaten komen wat mij betreft het dichtst in de buurt van een pleidooi. De vraag luidt immers wat de tekst bepleit. Voor het gewenste antwoord B zie ik geen expliciet pleidooi in de tekst. B bevat eerder de conclusie die je zou kunnen trekken, maar die wordt niet gevraagd.

vraag 26

Geplaatst: 13-05-2019 15:58
door Yke Schotanus
Ik twijfelde tussen A en D en heb A gekozen omdat D het heeft over normen die door vakgenoten zijn opgesteld, terwijl daar niets over geschreven staat. In tegendeel, het opstellen van normen is volgens deze tekst sowieso uit den boze. Over met rust laten, lees ik echter ook niet veel. Het gaat erom wie die mensen beoordeelt en dat moet niet iemand van buiten zijn.
Het CvTE zal redeneren: er staat helemaal nergens dat het resultaat van dat werk überhaupt beoordeeld moet worden, er staat alleen dat het niet door buitenstaanders moet gebeuren. Echter, er staat ook nergens dat mensen in ervaringsberoepen met rust gelaten moeten worden omdat ze meer tijd aan hun werk moeten kunnen besteden. Er staat alleen dat ze door die regels van mensen van buitenaf te veel tijd aan de verkeerde dingen moeten besteden. Dat is een zelfde soort omdraaiing van de redenering. Geen enkele reden om B boven A te verkiezen.

Geplaatst: 14-05-2019 08:35
door alainbalistreri
Antwoord D had ik zelf ook. Van mijn leerlingen (41) hadden er slechts vier B. De overgrote meerderheid had D.

D zou goed moeten zijn: het gaat erom dat regels die anderen opleggen (managers bijvoorbeeld) 'konstig' werk in de weg zitten. Als 'konstigen' samen met hun vakgenoten hun eigen normen stellen, hebben ze geen last meer van bureaucratische ballast die hun door buitenstaanders wordt opgelegd.

Ik had zelf B niet, omdat daar stond dat de 'konstigen' met rust gelaten moeten worden. Dat gaat wel heel ver. Een onderwijzer of een verzorgende die door iedereen met rust gelaten wordt, kan evengoed zijn werk niet uitoefenen.

Dit moet denk ik gemeld worden bij het CvTE.

Geplaatst: 14-05-2019 09:51
door Yke Schotanus
Wie het eens is met Alain sture een e-mail naar het examenloket. VAndaag nog. Hoe langer je wacht, hoe kleiner de kans dat er iets mee gebeurt.

Geplaatst: 15-05-2019 15:35
door HansD
Volgens mij is hier geen speld tussen te krijgen.

Geplaatst: 15-05-2019 15:38
door Marente
Yke Schotanus schreef:Wie het eens is met Alain sture een e-mail naar het examenloket. VAndaag nog. Hoe langer je wacht, hoe kleiner de kans dat er iets mee gebeurt.
Helemaal mee eens! Ik heb net een mail gestuurd naar het examenloket.

Geplaatst: 16-05-2019 15:26
door moniquevankruining
Ik heb een mail gestuurd naar het examenloket, omdat ook ik vind dat D een beter antwoord is dan B. Bovendien hebben al mijn leerlingen D. Helaas is dit de reactie. Ik ben het er nog steeds niet mee eens...

Dank voor uw mail. U stelt voor om bij vraag 26 van het vwo examen Nederlands ook antwoord D tot de goede antwoorden te rekenen.
Wij hebben uw vraag voorgelegd aan de vakdeskundigen en ontvingen de volgende reactie:

Er wordt nadrukkelijk gevraagd wat er wordt bepleit gezien de strekking van de tekst. De strekking van de tekst gaat altijd verder dan wat er expliciet in de tekst staat. In zowel alternatief B als D vinden we elementen die niet expliciet in de tekst staan (B: dat ‘ konstigen’ met rust gelaten moeten worden. D: dat de beoordelingsnormen opgesteld zouden moeten worden door vakgenoten).
Echter, omdat gevraagd wordt naar wat er wordt bepleit gezien de strekking van de tekst, moeten we aansluiten bij de hoofdgedachte van de tekst. Die hoofdgedachte betreft de last en de problemen die konstigen ondervinden doordat hun regels worden opgelegd. De hoofdgedachte is dat konstigen zich tijdens hun werk niet willen hoeven bekommeren om allerlei regels, omdat die de werkzaamheden belemmeren (dus antwoord B) en niet dat konstigen het een goede zaak vinden om te moeten voldoen aan regels die door vakgenoten zijn opgesteld.

Als u nog inhoudelijke vragen heeft over deze melding, dan kunt u reageren op deze e-mail. Nieuwe meldingen over de inhoud en/of afnamecondities van een centraal examen kunt u doen via het contactformulier van het Examenloket.

Geplaatst: 16-05-2019 15:26
door moniquevankruining
Ik heb een mail gestuurd naar het examenloket, omdat ook ik vind dat D een beter antwoord is dan B. Bovendien hebben al mijn leerlingen D. Helaas is dit de reactie. Ik ben het er nog steeds niet mee eens...

Dank voor uw mail. U stelt voor om bij vraag 26 van het vwo examen Nederlands ook antwoord D tot de goede antwoorden te rekenen.
Wij hebben uw vraag voorgelegd aan de vakdeskundigen en ontvingen de volgende reactie:

Er wordt nadrukkelijk gevraagd wat er wordt bepleit gezien de strekking van de tekst. De strekking van de tekst gaat altijd verder dan wat er expliciet in de tekst staat. In zowel alternatief B als D vinden we elementen die niet expliciet in de tekst staan (B: dat ‘ konstigen’ met rust gelaten moeten worden. D: dat de beoordelingsnormen opgesteld zouden moeten worden door vakgenoten).
Echter, omdat gevraagd wordt naar wat er wordt bepleit gezien de strekking van de tekst, moeten we aansluiten bij de hoofdgedachte van de tekst. Die hoofdgedachte betreft de last en de problemen die konstigen ondervinden doordat hun regels worden opgelegd. De hoofdgedachte is dat konstigen zich tijdens hun werk niet willen hoeven bekommeren om allerlei regels, omdat die de werkzaamheden belemmeren (dus antwoord B) en niet dat konstigen het een goede zaak vinden om te moeten voldoen aan regels die door vakgenoten zijn opgesteld.

Als u nog inhoudelijke vragen heeft over deze melding, dan kunt u reageren op deze e-mail. Nieuwe meldingen over de inhoud en/of afnamecondities van een centraal examen kunt u doen via het contactformulier van het Examenloket.

Geplaatst: 16-05-2019 16:47
door Marente
De conclusie is dus eigenlijk dat ook B niet juist is.
Ik heb nog geen reactie mogen ontvangen, helaas. Ik zal wel hetzelfde antwoord krijgen. In het LT-verlag lees ik dat leerlingen wellicht minder last hebben van achtergrondkennis bij deze vraag, maar 27 van mijn 30 leerlingen geven antwoord D.

Geplaatst: 16-05-2019 16:53
door Marente
Ik heb inmiddels inderdaad dezelfde reactie.
Overigens ben ik het er nog steeds niet mee eens. In antwoord B staat dat ‘konstigen’ meer tijd moeten kunnen besteden aan hun werk (...). Dat is niet juist. Ze willen meer tijd besteden aan hun eigenlijke werk, minder tijd besteden aan die regeltjes, maar niet minder tijd aan hun werk in zijn geheel.