Vraag 11

Gebruik bij voorkeur INTERNET EXPLORER of EDGE. In andere browsers loopt het niet altijd lekker. Bekijk of er al een bericht geplaatst is over de examenvraag waarover je iets wilt opmerken of vragen. Als jouw bijdrage aansluit bij het eerdere bericht, plaats het dan als antwoord op dat bericht. Is het echt een ander deelonderwerp, maak dan een nieuw bericht en vermeld het vraagnummer en de kern van je bericht in het onderwerp.
Marente
Berichten: 58
Lid geworden op: 13-05-2016 10:55

Bericht door Marente » 24-05-2018 12:02

Yke Schotanus schreef:Het laatste voorbeeld van Hans vind ik helaas slechts 1 punt waard, tenzij je bereid bent 'ze' op te vatten als een verwijzing naar de studenten van die opleidingen en niet naar de opleidingen zelf.
Maar dan blijven er toch 2 punten over: voor bolletje 1 en 3? Beide in de eerste zin?

chuitema
Berichten: 3
Lid geworden op: 23-05-2018 13:51

Bericht door chuitema » 24-05-2018 17:43

Wat vinden jullie van dit antwoord?

'Het aanbieden van deze studies is goed voor de internationale positie van Nederland'

De kennis over ander talen ontbreekt en daarom twijfel ik.

of deze:

' (...) en de verbondenheid met de buitenlandse samenleving.'

Eléa
Berichten: 11
Lid geworden op: 13-05-2017 17:58

Bericht door Eléa » 24-05-2018 19:17

Lees zojuist dit in het verslag van LT. Kan iemand mij uitleggen waarom variant 1 wel goed is en variant 2 niet? In het eerste antwoord wordt toch ook niet duidelijk dat universiteiten voor intellectuele vorming zorgen?

Vraag 11
Spelling: hogeropgeleiden en hoger opgeleiden mag allebei

Bolletje 2:
• Intellectuele vorming is niet alleen van persoonlijk belang, maar ook van economisch belang. Het antwoord impliceert dat een opleiding met een hoog maatschappelijk rendement zorgt voor intellectuele vorming. 1p
• Intellectuele vorming is ook een vorm van maatschappelijke welvaart. 0p, want er wordt niet gezegd dat universiteiten ervoor zorgen.

Ben Salemans
Berichten: 218
Lid geworden op: 24-04-2016 23:46

Bericht door Ben Salemans » 26-05-2018 03:54

Eléa schreef:Lees zojuist dit in het verslag van LT. Kan iemand mij uitleggen waarom variant 1 wel goed is en variant 2 niet? In het eerste antwoord wordt toch ook niet duidelijk dat universiteiten voor intellectuele vorming zorgen?

Vraag 11
Spelling: hogeropgeleiden en hoger opgeleiden mag allebei

Bolletje 2:
• Intellectuele vorming is niet alleen van persoonlijk belang, maar ook van economisch belang. Het antwoord impliceert dat een opleiding met een hoog maatschappelijk rendement zorgt voor intellectuele vorming. 1p
• Intellectuele vorming is ook een vorm van maatschappelijke welvaart. 0p, want er wordt niet gezegd dat universiteiten ervoor zorgen.
Ha, Eléa. Ja, dat snap(te) ik ook al niet! Ik dacht dat het aan mij lag... Waarom moet 'universiteiten' of een daaraan verwant woord wel in antwoordvariant 2 worden vermeld, terwijl dat niet in antwoordvariant 1 is opgenomen? Het is toch overduidelijk dat het om intellectuele vorming aan universiteiten gaat? Of zien wij beiden iets over het hoofd?

Vraag 11 luidt als volgt:
"In alinea 1 van tekst 2 wordt gesteld dat de overheid opleidingen met een laag privaat rendement, maar hoog maatschappelijk rendement niet mag laten uitsterven.
Noem de drie argumenten die hiervoor worden genoemd in het tekstgedeelte van alinea 6 tot en met 10; gebruik geen voorbeelden.
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen."
.
We zien dat nergens in Vraag 11 het woord 'universiteiten' of een vergelijkbaar woord wordt genoemd. Toch is het kraakhelder dat met 'opleidingen' in Vraag 11 'opleidingen aan universiteiten' of 'universitaire opleidingen' wordt bedoeld. Anders is Vraag 11 niet goed te begrijpen en te beantwoorden! Dat impliciete 'universitaire' is dus heel eenvoudig in te vullen. Mij lijkt dat de examenmakers er ook van uit zijn gegaan dat de lezer dat 'universitaire' vanzelf invult/aanvult bij 'opleidingen' in Vraag 11.

Je kunt het, gezien de vraagstelling met het impliciete 'universitaire', een leerling dan toch niet kwalijk nemen als die leerling in zijn/haar antwoord het (impliciete) woord 'universitaire' (in antwoordvariant 2) niet opneemt. In de vraagstelling is dat (impliciete) woord 'universitaire' immers ook probleemloos weggelaten.

Kan iemand hier duidelijkheid over verschaffen?

AnnetteNED
Berichten: 197
Lid geworden op: 12-05-2016 21:46

Bericht door AnnetteNED » 27-05-2018 20:44

Ben Salemans schreef:
Eléa schreef:Lees zojuist dit in het verslag van LT. Kan iemand mij uitleggen waarom variant 1 wel goed is en variant 2 niet? In het eerste antwoord wordt toch ook niet duidelijk dat universiteiten voor intellectuele vorming zorgen?

Vraag 11
Spelling: hogeropgeleiden en hoger opgeleiden mag allebei

Bolletje 2:
• Intellectuele vorming is niet alleen van persoonlijk belang, maar ook van economisch belang. Het antwoord impliceert dat een opleiding met een hoog maatschappelijk rendement zorgt voor intellectuele vorming. 1p
• Intellectuele vorming is ook een vorm van maatschappelijke welvaart. 0p, want er wordt niet gezegd dat universiteiten ervoor zorgen.
Ha, Eléa. Ja, dat snap(te) ik ook al niet! Ik dacht dat het aan mij lag... Waarom moet 'universiteiten' of een daaraan verwant woord wel in antwoordvariant 2 worden vermeld, terwijl dat niet in antwoordvariant 1 is opgenomen? Het is toch overduidelijk dat het om intellectuele vorming aan universiteiten gaat? Of zien wij beiden iets over het hoofd?

Vraag 11 luidt als volgt:
"In alinea 1 van tekst 2 wordt gesteld dat de overheid opleidingen met een laag privaat rendement, maar hoog maatschappelijk rendement niet mag laten uitsterven.
Noem de drie argumenten die hiervoor worden genoemd in het tekstgedeelte van alinea 6 tot en met 10; gebruik geen voorbeelden.
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen."
.
We zien dat nergens in Vraag 11 het woord 'universiteiten' of een vergelijkbaar woord wordt genoemd. Toch is het kraakhelder dat met 'opleidingen' in Vraag 11 'opleidingen aan universiteiten' of 'universitaire opleidingen' wordt bedoeld. Anders is Vraag 11 niet goed te begrijpen en te beantwoorden! Dat impliciete 'universitaire' is dus heel eenvoudig in te vullen. Mij lijkt dat de examenmakers er ook van uit zijn gegaan dat de lezer dat 'universitaire' vanzelf invult/aanvult bij 'opleidingen' in Vraag 11.

Je kunt het, gezien de vraagstelling met het impliciete 'universitaire', een leerling dan toch niet kwalijk nemen als die leerling in zijn/haar antwoord het (impliciete) woord 'universitaire' (in antwoordvariant 2) niet opneemt. In de vraagstelling is dat (impliciete) woord 'universitaire' immers ook probleemloos weggelaten.

Kan iemand hier duidelijkheid over verschaffen?
Ik snap het ook niet.

Plaats reactie